• Twitter Social Icon
  • Black Facebook Icon
  • Black Instagram Icon

“Maak gebruik van je goede dagen”

 

Wie:             Jolanda

Leeftijd:        50 jaar

Beroep:         agogisch werker, nu bijstand

Ziekte:             borstkanker 

 

“Begin 2018 kreeg ik last van paniekaanvallen, ik was bang ziek te worden en dood te gaan” vertelt Jolanda. Ze had het gevoel “er zit iets”.  Ze ging naar de huisarts, er werd niets gevonden, alles was goed. Eind oktober merkte ze hormoonschommelingen in haar lichaam en na zelfcontrole van haar borsten was ze niet gerust en ging weer naar de huisarts, die haar direct doorstuurde naar het ziekenhuis. Er werd een echo gemaakt, ze lag met haar armen boven haar hoofd en ze zag aan het gezicht van de onderzoeker dat het niet goed was. Dit werd bevestigd in het gesprek met de arts waar haar moeder en haar zus bij waren.  “Ik heb het hele ziekenhuis bij elkaar geschreeuwd”. Jolanda is bewust ongehuwde moeder van een zoon,  Tobi, hij is nu 11 jaar oud en heeft een vorm van  autisme.

Ze startte met chemokuren, zes keer om de drie weken op de eerste en de achtste dag. Ze kreeg last van extreme nare moeheid, onrust, vieze metaalsmaak, buikkrampen, misselijkheid en kokhalzen, vooral na iedere eerste dag. Tussendoor deed ze leuke dingen met Tobi, schaatsen en met het openbaar vervoer reizen, alle bus- en tramlijnen waren veranderd en hij wilde weten hoe.  Haar moeder en haar zus hebben heel veel voor haar gedaan, van luisterend oor tot praktische hulp met haar zoon. Ook kreeg ze veel steun van de school van Tobi. Iedereen leefde mee, twee juffen en twee moeders haalden hem op en brachten hem thuis als het nodig was en ze kreeg bloemen van de directie.  Zijn juf en een medewerker hebben haar een keer op een etentje getrakteerd: “gewoon omdat je bent wie je bent”.  Na de derde kuur bleek ze te weinig rode bloedcellen te hebben, de dosering werd aangepast en toen ging ze zich beter voelen. Ze kon het huishouden en de zorg voor Tobi weer alleen doen, dat wilde hij ook graag “lekker rustig, thuis”.

Op 15 mei volgde de operatie. Ze was bang om niet meer wakker te worden, maar haar chirurg zei: “bij mij wordt iedereen wakker”. Daarna volgde bestraling, drie weken lang, vijf dagen per week, dat was pittig. De laatste week hield ze het bijna niet meer vol, maar met de enorme steun van iedereen is het toch gelukt.  

Ze heeft haar zoon overal bij betrokken, ze had hem verteld dat ze een ziekte in haar borst had, omdat ze voor hem voorlopig nog het woord kanker wilde vermijden. Hij wist dat zijn opa lang geleden overleden was aan kanker en ze wilde hem niet nodeloos bang maken. Ze hebben samen een pruik en sjaaltjes uitgezocht, hij mocht kiezen en vond dat leuk. “Open en eerlijk zijn heeft ons samen zoveel gegeven, wij zijn een team”. Toen de uitslag goed was zijn ze samen pizza gaan eten om het te vieren en heeft ze wel verteld dat het kanker geweest was. 

En nu? Hoe kijkt ze terug? “Dat ik een ongelofelijk sterk wijf ben”. Ze nam zowel haar rust als het nodig was, maar bleef ook zo veel mogelijk actief en in contact met de buitenwereld.  Op de dagen dat zich goed voelde ruimde ze op, deed boodschappen, kookte voor een paar dagen, zodat het thuis altijd op orde was. 

En hoe kijkt ze vooruit ? “Er zijn momenten dat het me aanvliegt, maar mijn zoon houdt me op de been”.  Ze houdt zich vast een het gegeven dat ze er niets aan kan doen dat ze borstkanker heeft gekregen, ze leeft gezond, het zit niet in de familie. Een psycholoog heeft tegen haar gezegd:  “het is dikke vette pech”, dat helpt haar om zich niet schuldig te voelen. “Ik kan toch niet alleen paprika’s gaan eten?” Ze wil niet meer informatie dan ze in het ziekenhuis heeft gekregen, zoekt niet op internet, globale informatie vindt ze genoeg. Ze heeft wel eens met medepatiënten op een kamer gelegen, dat gaf het gevoel niet de enige te zijn, maar toch heeft ze geen behoefte aan contact met lotgenoten.  Ze kijkt naar de positieve kanten:  “ik had ook alle dagen misselijk kunnen zijn, dat was niet zo, daardoor kon ik voor Tobi blijven zorgen en dat was zo goed”. Ze heeft nu nog een onderhoudsbehandeling tot januari, die vindt ze niet zo zwaar. Ze  wil heel graag weer gaan werken en is van plan direct na de laatste dag van haar behandeling te gaan solliciteren.    

Haar tips voor vrouwen die nog aan begin staan van de periode die zij binnenkort kan afsluiten:  “Vertel open en eerlijk aan je kinderen wat er aan de hand is.” En: “Maak gebruik van de goede dagen om je huishouden en boodschappen te doen, zodat op dagen dat je te moe bent het toch opgeruimd en schoon is en er eten in huis is. Dat geeft rust in je hoofd en daardoor kun je ècht rust nemen. ”  

Jolande is heel dankbaar voor alle steun die ze kreeg, van de mensen dichtbij, maar ook uit onverwachte hoek zoals contacten via Facebook. En ze vindt dat ze fantastisch is begeleid door de artsen en de verpleegkundig specialisten. Ook is ze heel tevreden over alle medewerkers en afdelingen. Afspraken werden nagekomen en er werd rekening met haar persoonlijke situatie gehouden. “Mensen voelden met me mee, je bent hier geen nummer, heel fijn”.